Basis… is een proces (NL)

Essay

Liesbeth Bik (Bik Van der Pol)

Basis… is een proces. En de intentie van Basis is tegengesteld aan wat er op dit moment gaande lijkt te zijn in de dagelijkse realiteit. Het begin van deze eeuw lijkt een tijd van afrekening, van leveren en van concreet zijn: men wil tastbare resultaten, we moeten niet te soft zijn, er moet nu maar eens duidelijk gezegd worden waar het op staat, en dat gebeurt dan ook. Maar hoe ga je, in een tijd van presteren en doelen halen, waarin ‘geen behoefte is aan interessante ideeën’ (zoals een topambtenaar het onlangs verwoordde), om met het procesmatige? In dit klimaat is het noodzakelijk te heroverwegen, nauwkeurig en onverschrokken te bepalen wat je bent en wie je wilt zijn, maar ook wat je niet wilt. Een strategie is noodzakelijk: niet voor niets vertoont de plattegrond van Basis overeenkomsten met een militair plan. De operatie kan beginnen.

Basis is een initiatief van Marjolijn Dijkman & Wouter Osterholt. De uitnodiging van Artis hebben zij opgevat als mogelijkheid om de basisgegevens van deze plek – ontstaan, locatie, positie, etc. – in te zetten als grondstof voor nieuwe projecten. Zij nodigden een groep andere kunstenaars uit om met hen een avontuur aan te gaan: overleven in een kampement in de ruimte van Artis en van daaruit Den Bosch verkennen.

Onderdeel van Basis is observatie en het delen en vergroten van kennis. De vragen die middels Basis gesteld worden zijn vragen naar de oorsprong van een kunstenaarsinitiatief, naar de potentie van een dergelijke ruimte in een stedelijke omgeving. Wat is de geschiedenis van deze plek? Wat betekent de aanwezigheid van Artis in Den Bosch? En daarbuiten? Wat kunnen en willen kunstenaars met deze ruimte? Op welke manier kan deze ruimte bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe richtingen in de kunst? Hoe maak je dit zichtbaar?

Dit herbezien en eventueel heruitvinden van de premissen is niet naïef: kennis, ervaring en historie van de afgelopen decennia zijn immers bagage, en de implicaties en ideeën kunnen direct in de praktijk getoetst worden, door de ruimte letterlijk, bewust en opzettelijk in te zetten als ‘gereedschap’ en platform. De intentie die ten grondslag ligt aan Basis is kwetsbaar en bijzonder, omdat informele, oncontroleerbare ruimten meer en meer verdwijnen. Het continue aandacht geven aan wat de basis is blijft daarom niet minder een belangrijk wapen tegen al te grote efficiëntie of vergeetachtigheid. Openheid ten opzichte van de ontwikkeling van ideeën is altijd een belangrijke impuls geweest voor veel van wat we nu als normaal beschouwen. Openheid en het ongewisse verwordt soms echter tot structuur, en dat wat zich ontwikkelde door middel van een proces van ‘learning by doing’ is dan plotseling gevestigd en institutioneel geworden. Er ontstaat dan een grote angst om ‘radeloos’ te werken, om zonder vastomlijnde plannen de wereld tegemoet te treden: nieuwsgierig en actief, en te zien wat ervan komt. Organisatievorm wordt dan belangrijker dan dat waar het in beginsel om te doen was, en het formeel beantwoorden aan de verwachtingen belangrijker dan het hoog vliegen. Het is daarom nu opportuun om beproefde praktijken opnieuw uit te dagen, vanuit een dynamiek die activiteiten niet afmeet aan goed of slecht, geslaagd of mislukt. Dat verandert namelijk de manier waarop je naar dingen kijkt. En dat niet alleen: het verandert ook dat wat gebeurt.

In de vroege jaren ’60 startte voormalig kunstenaar Konrad Fischer zijn galerie in de Neubruckstraße in Düsseldorf. Hij haalde veel, toen nog onbekende jonge kunstenaars uit New York en Los Angeles naar Europa, en Carl Andre en Bruce Naumann hadden hier hun eerste solotentoonstelling. Daarbij komt dat Fischer, in plaats van objecten naar zijn galerie te laten transporteren voor een tentoonstelling, wat gebruikelijk is, alleen de kunstenaars zelf liet overkomen. Zonder kant-en-klare producten welteverstaan. Zij logeerden in zijn huis, hij bracht hen in contact met andere kunstenaars, ze vierden feest, en ondertussen bereidden ze nieuwe werken voor die hun vuurdoop in de galerie zouden hebben. In deze gastvrije situatie van geven en nemen, van uitwisseling van kennis en ideeën, van het smeden van nieuwe plannen en vriendschappen ontstonden de beste werken. Als gevolg van deze op avontuurlijke openheid gebaseerde pioniershouding reisden ook de West-Europese kunstenaars naar de Verenigde Staten. Een enthousiast netwerk werd groter en vruchtbaarder.

Wat Fischer met zijn galerie deed sluit aan op de traditie van de ‘potlatch’, een festival gebaseerd op het doen van giften, dat al eeuwenlang werd gevierd door Amerikaanse indianenstammen. Generositeit werd ingezet om aanzien te verwerven binnen de stam en op die manier legde de potlatch de grondvesten voor een economisch systeem gegrond op materiële overvloed, distributie en sociale banden. Het accepteren van een gift bracht de ongeschreven verplichting met zich mee om op een gepast moment de gift te retourneren. Deze wederkerigheid is essentieel en wie er misbruik van maakte werd beschimpt, bespot en uitgestoten. De Amerikaanse machthebbers verboden de indiaanse volkeren de potlatch: een potlatch is immers oncontroleerbaar en de wederkerigheid is onnavolgbaar. Het is precies deze onzekere factor die meer macht genereert voor de betrokkene dan de heersende macht uitkomt.

Informatie en kennis zijn nu meer en meer de drijvende krachten achter het economische leven, en machtsfactoren van betekenis. Kennis neemt niet af als het als het verspreid wordt, integendeel, het groeit. De digitale distributie en peer-to-peer netwerken opereren vanuit deze parameters. Zij creëren een omgeving waarin kennis ongelimiteerd is. Het nadeel van deze netwerken is echter dat hier het aspect van de wederkerigheid, waar gebruikers iets teruggeven, niet navoelbaar is in het gedeelde gebruik van de publieke ruimte. Er moet dus een brug geslagen worden. Het is nodig dat er op een of andere manier eer gedaan wordt aan die wederkerigheid, zodat de kennis van zowel de gever als de ontvanger toeneemt en zij beiden invloed kunnen uitoefenen in wat die publieke ruimte is.

Een overheid die terugtreedt, de controle overdraagt aan de dynamiek van de efficiëntie en geen enkele behoefte heeft aan interessante ideeën, laat zich niet veel gelegen liggen aan de vrije ongecontroleerde ruimte. En precies daarom is de strategie van Basis essentieel: de potentie van het project is dat er een netwerk van betrokkenen gecreëerd wordt, waar men geven en nemen onderhandelt en desnoods bevecht. Basis zal geen plek van consensus moeten willen zijn, maar van dissonanten. Er moet veel ‘gevochten’ worden, zolang het gevecht maar constructief is. De realisatie van het project in de publieke sfeer zal een punt van discussie moeten zijn en is dat ook. Want wat is die publieke sfeer. Wie zijn daar? Wat is hun belang? De dynamiek die met het creëren van een avontuurlijke openheid in werking wordt gezet is belangrijk: door het onvoorziene te genereren kan dat wat er is anders worden gezien. Deze beweging is in haar aard onvoorwaardelijk gastvrij, genereus onprecies en onmeetbaar productief. En tegen de keer in ook impliciet politiek: mobiel, immer in transit, over de grenzen heen reikend van disciplines, gemeenschappen en naties.

De ‘kadertroepen’, de kunstenaars, zullen daarom openingen creëren waardoor de vrije ruimte ondanks alles, toch kan voortwoekeren. Het zou mooi zijn als zij in staat zouden zijn anderen te interesseren en te overtuigen van deze noodzaak om dat wat er is anders te zien.

 

Liesbeth Bik (Bik Van der Pol)

‘Basis’ was a process-orientated exhibition with 20 participating artists that took place in ‘Artis’, an artist-run space in Den Bosch, the Netherlands. The involved artists were selected through an open call in which they were asked to join without having preconceived ideas. Everyone was asked to use the city of Den Bosch as their working area. Artis functioned as an indoor-campsite where artist could reside for a period of five weeks. Other facilities were a meeting room and a documentation space where the participants showed their work in process. Visitors were able to see and follow all the different processes of the participants.

_